ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1005
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging voor illegale tewerkstelling zonder vergunning niet gematigd ondanks financiële problemen
Verzoekster heeft twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in haar onderneming laten werken, wat een overtreding is van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verweerder legde daarom een bestuurlijke boete van €16.000 op. Verzoekster maakte bezwaar en stelde dat de boete onredelijk hoog was vanwege haar slechte financiële positie en persoonlijke omstandigheden zoals huwelijksproblemen en een alcoholprobleem.
De voorzieningenrechter overwoog dat de boete is vastgesteld op basis van beleidsregels die het evenredigheidsbeginsel in acht nemen en dat de boete passend is gezien de ernst van de overtreding. De persoonlijke problemen van verzoekster verminderen het verwijtbare karakter van de overtreding niet. Daarnaast is de financiële positie onvoldoende onderbouwd om als bijzondere omstandigheid te gelden die matiging rechtvaardigt.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het verzoek tot voorlopige voorziening ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €16.000 wegens illegale tewerkstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.