ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1163
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding ondanks huurovereenkomst
Verzoeker ontving sinds 2002 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na onderzoek in augustus 2006 concludeerde de gemeente dat verzoeker een gezamenlijke huishouding voert met de verhuurder, waardoor het recht op uitkering vervalt. Verzoeker huurt een kleine kamer in een woning waar hij samen met de verhuurder boodschappen doet, gezamenlijk kookt en eet, en gebruikmaakt van de gehele woning.
Verzoeker betwistte de gezamenlijke huishouding en stelde dat er sprake is van een huurovereenkomst, maar kon niet aantonen dat de huur daadwerkelijk werd betaald. Ook was niet gebleken dat de huur inclusief maaltijden was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de feiten wijzen op een gezamenlijke huishouding en dat het bestaan van een commerciële relatie onvoldoende is aangetoond.
Hoewel verzoeker ernstige medische klachten heeft en financiële problemen ondervindt, achtte de voorzieningenrechter dit onvoldoende om de uitkering voorlopig te handhaven. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de bijstandsuitkering wordt beëindigd wegens gezamenlijke huishouding.