ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1459
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- De Groot
- Patijn
- Terwiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige kamer inzake voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige kamer die op 9 oktober 2006 het verzoek tot opheffing of schorsing van zijn voorlopige hechtenis had afgewezen. De wrakingskamer onderzocht of de motivering van die afwijzing een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid wekte of dat er sprake was van subjectieve vooringenomenheid van de rechters.
De wrakingskamer stelde vast dat de rechtbank haar beslissing zorgvuldig had genomen, waarbij zij zowel de standpunten van de verdediging als van het openbaar ministerie had afgewogen. De motivering betrof uitsluitend de beoordeling dat de ernstige bezwaren en gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig waren, zonder prematuur oordeel over schuld of bewijs.
Verzoeker stelde dat de rechtbank te veel gewicht gaf aan de visie van het openbaar ministerie, waardoor de schijn van partijdigheid zou zijn gewekt. De wrakingskamer verwierp dit en benadrukte dat de rechterlijke onpartijdigheid wordt vermoed, tenzij uitzonderlijke omstandigheden worden aangetoond.
De wrakingskamer concludeerde dat noch de objectieve toets noch de subjectieve toets grond voor wraking opleveren. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige kamer wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid en subjectieve vooringenomenheid.