ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1506
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Bruinsma
- R.G. Kemmers
- G.J.H.M. Milder - Wolbers
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonbelasting en boete over vaste kostenvergoedingen en verkeersboetes
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep van een maatschap tegen een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en een vergrijpboete opgelegd door de Belastingdienst over de jaren 1998-2001. De naheffingsaanslag betrof onder meer correcties op vaste kostenvergoedingen aan werknemers, verkeersboetes en maaltijdvergoedingen.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag, hoewel gesteld op naam van een vennootschap onder firma terwijl eiseres een maatschap is, niet nietig is vanwege het geringe verschil in tenaamstelling en het feit dat partijen wisten dat de aanslag voor eiseres bestemd was. De vaste kostenvergoedingen werden deels als bovenmatig aangemerkt omdat eiseres geen inzicht gaf in de werkelijke kosten, waardoor het meerdere als loon werd belast. De door eiseres aangevoerde Regeling vaste onkostenvergoedingen was niet van toepassing omdat deze niet door verweerder was goedgekeurd en niet gold voor eiseres.
Ten aanzien van de verkeersboetes oordeelde de rechtbank dat deze als loonbestanddelen belast zijn, omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat de boetes door anderen dan haar werknemers zijn gedragen. De opgelegde boete van 20% werd gematigd tot 15% voor het bovenmatige deel van de vaste kostenvergoedingen vanwege het tijdsverloop sinds de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, matigde de naheffingsaanslag en de boete overeenkomstig, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd wegens bovenmatige vaste kostenvergoedingen en matiging van de boete tot 15%.