ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1600
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.M. Flohil
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en co-ouderschap na beëindiging relatie
Partijen, voormalig partners met twee minderjarige kinderen, zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen. Na beëindiging van hun affectieve relatie in 2003 is in geschil of sprake is van co-ouderschap en de hoogte van de kinderalimentatie.
De rechtbank concludeert op basis van verklaringen dat de kinderen ongeveer 50% van de tijd bij de man en 50% bij de vrouw verblijven, wat neerkomt op co-ouderschap. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €500 per maand per kind, waarvan de man naar draagkracht een bijdrage moet leveren.
Hoewel de man stelt geen draagkracht te hebben vanwege gebrek aan inkomen en het ontvangen van een letselschade-uitkering, oordeelt de rechtbank dat hij onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie en dat zijn eerdere hoge inkomen een redelijke verdiencapaciteit impliceert.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw ten dele toe en bepaalt dat de man vanaf 1 juli 2005 €265 per kind per maand betaalt, verhoogd met 5% wegens dubbele woonlasten, totaal €530 per maand. De overige verzoeken van de man worden afgewezen en hij wordt niet-ontvankelijk verklaard in die verzoeken.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 juli 2005 €530 per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.