ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1904
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering minderjarige tot voorrang bij plaatsing in jeugdzorgbehandelinstelling
Een 12-jarige minderjarige verblijft sinds juli 2006 in een justitiële jeugdinrichting in crisisopvang en wacht op plaatsing in een geïndiceerde behandelafdeling. De minderjarige vordert dat de Staat en Bureau Jeugdzorg hem binnen twee weken plaatsen met voorrang op de wachtlijst, onder dreiging van een dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat Bureau Jeugdzorg niet-ontvankelijk is omdat zij niet de plaatsende instantie is. De Staat is niet gebonden aan een wettelijke termijn voor plaatsing, en het bestaan van wachtlijsten is maatschappelijk bekend. De rechtbank stelt vast dat de crisisplaatsing weliswaar zwaar valt, maar dat de minderjarige baat heeft bij de geboden structuur, zodat geen sprake is van strijd met het EVRM.
De rechtbank concludeert dat geen onrechtmatig handelen van de Staat is vastgesteld, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die voorrang rechtvaardigen. De vordering wordt daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en verklaart eiser niet-ontvankelijk jegens Bureau Jeugdzorg.