ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2213
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- A.E. Patijn
- A.A.T. van Rens
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen
Verzoekers hebben bij de rechtbank Haarlem verzocht tot wraking van de rechter in een kort geding, stellende dat de rechter vooringenomen was door het weigeren van voorlezing van hun volledige pleitnota en het niet toestaan van alle producties. Tevens voerden zij aan dat zij hierdoor ongelijk behandeld werden ten opzichte van de wederpartij.
De rechtbank overwoog dat de rechter bevoegd was om de procesorde te bewaken en het voordragen van een omvangrijke pleitnota te weigeren, mits de standpunten van verzoekers voldoende duidelijk werden gemaakt. Verzoekers hadden een samengevatte pleitnota voorgedragen en kregen gelegenheid tot nadere mondelinge toelichting, waardoor geen sprake was van ongelijke behandeling.
Ook het bezwaar van de rechter tegen het overleggen van omvangrijke producties die niet vooraf waren toegezonden, werd niet als vooringenomenheid beoordeeld. Verzoekers, als professionele rechtshelpers, hadden geacht te worden op de hoogte van de procesregels in kort geding. De opmerking van de rechter over het aantal procedures tussen partijen werd gezien als een poging tot efficiënte afwikkeling en niet als partijdigheid.
De rechtbank concludeerde dat noch subjectief noch objectief sprake was van een gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak kon worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.