ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2373

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
6 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-10124
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • G. Guinau
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 lid 2 WROArt. 5:50 BWArt. 5:51 BWArt. 3:2 AwbArt. 8:86 lid 1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging weigering vrijstelling bouwplan wegens strijd met artikel 5:50 BW

Eiseres, HBB Planontwikkeling B.V., had een bouwplan ingediend voor de nieuwbouw van 13 appartementen in Haarlem. De gemeente Haarlem weigerde de gevraagde vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, WRO, omdat het bouwplan in strijd was met artikel 5:50, eerste lid, BW, dat het plaatsen van ramen binnen twee meter van de erfgrens zonder toestemming van de buurman verbiedt.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de strijdigheid met artikel 5:50 BW Pro de enige reden was voor de weigering en dat eiseres eenvoudig het bouwplan had kunnen aanpassen door de ramen te blinderen, conform artikel 5:51 BW Pro. Verweerder had eiseres tijdens de bezwaarprocedure de gelegenheid moeten geven om de bouwaanvraag te wijzigen.

Omdat verweerder dit niet had gedaan, had hij onvoldoende zorgvuldigheid betracht zoals vereist in artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank vernietigde daarom het besluit op bezwaar en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Tenslotte werd opgemerkt dat eiseres haar toezegging om tegemoet te komen aan de bezwaren omtrent daglichttoetreding zou handhaven.

Uitkomst: Het besluit van de gemeente Haarlem tot weigering van de vrijstelling wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 06 - 10124 en 06 - 10127
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 6 november 2006
in de zaak van:
HBB Planontwikkeling B.V.,
gevestigd te Heemstede,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.I. Diepenhorst, advocaat te Amsterdam,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
verweerder,
derde partij
[eigenaar], eigenaar van het perceel aan de [adres] te Haarlem,
wonende te Velsen,
derde partij
[huurder], woonachtig op het adres [adres] rood te Haarlem,
wonende te Haarlem.
Tegenwoordig: mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en mr. G.J. Deen, griffier.
Zitting: 2 november 2006.
Verschenen: Namens eiseres haar gemachtigde, voornoemd, en M. van de Pol. Verweerder vertegenwoordigd door R. de Vries, werkzaam bij de gemeente Haarlem.
Het geschil betreft het besluit op bezwaar van 29 augustus 2006, verzonden op 6 september 2006, waarbij verweerder de bezwaren van de derde partijen gegrond heeft verklaard en de in het primaire besluit van 14 februari 2006 verleende vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) alsnog heeft geweigerd. Verweerder heeft daarbij verwezen naar het advies van 19 juli 2006 van de commissie beroep- en bezwaarschriften.
Eiseres heeft tegen dit besluit bij brief van 18 oktober 2006 beroep ingesteld. Bij brief van 18 oktober 2006 is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij mondelinge uitspraak van 6 november 2006 heeft de voorzieningenrechter:
- het beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar van 29 augustus 2006 vernietigd;
- het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen;
- gelast dat de gemeente Haarlem het door eiseres betaalde griffierecht ad € 562,- aan eiseres vergoedt;
- verweerder veroordeeld in de door eisereisereses gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 966,- te betalen door de gemeente Haarlem aan eiseres.
De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
De voorzieningenrechter, gehoord partijen, is van oordeel dat in deze zaak nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling daarvan en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.
Artikel 5:50, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) luidt als volgt:
Tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven.
Ingevolge artikel 5:51 BW Pro mogen in muren, staande binnen de in het vorige artikel aangegeven afstand, steeds lichtopeningen worden gemaakt, mits zij van vaststaande en ondoorzichtige vensters worden voorzien
Het bouwplan betreft de nieuwbouw van 13 appartementen op de percelen Schalkwijkerstraat 3, 5 en 7 te Haarlem. Niet in geschil tussen partijen is dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan 'Oude Amsterdamse buurt' omdat de appartementen zijn gepland op gronden met de bestemming 'bedrijven zonder of met daarboven meergezinswoningen' en dat verweerder op grond van artikel 19, tweede lid, WRO vrijstelling van het bestemmingsplan dient te verlenen om niettemin een bouwvergunning te kunnen verlenen.
Gelet op hetgeen verweerder in zijn besluitvorming heeft overwogen en verweerders toelichting ter zitting, moet het ervoor worden gehouden dat verweerder voor de verlening van vrijstelling geen beletsel ziet in het feit dat de realisering van het bouwplan gevolgen heeft voor de daglichttoetreding van de heer [huurder], bewoner van het naastgelegen pand.
Uitsluitend de strijdigheid met artikel 5:50, eerste lid, BW verzet zich volgens verweerder tegen het verlenen van de benodigde vrijstelling. In de zijgevel van de dakopbouw zijn ramen geplaatst, die uitzicht geven op het erf van het naastgelegen perceel aan de [adres] en aangezien de ramen zich binnen een afstand van 2 meter tot de erfgrens bevinden, kan het bouwplan niet worden uitgevoerd zonder toestemming van de heren [eigenaar] en [huurder].
Eiseres heeft daar tegenover gesteld dat het bouwplan, gelet op het bepaalde in artikel 5:51 BW Pro, op eenvoudige wijze kan worden aangepast zodat artikel 5:50 BW Pro niet langer in de weg staat aan de uitvoering van het bouwplan. Verweerder heeft deze stellingname van eiseres niet betwist. Eiseres heeft zich in dit verband bereid getoond de vensters vast te zetten en te blinderen.
Met eiseres is de voorzieningenrechter van oordeel dat de aanpassingen van het bouwplan die benodigd zijn om de uit artikel 5:50 BW Pro volgende beletselen op te heffen van ondergeschikte betekenis zijn. Gelet hierop had verweerder eiseres tijdens de bezwaarprocedure in de gelegenheid moeten stellen de bouwaanvraag te wijzigen, temeer nu de strijdigheid met artikel 5:50 BW Pro voor verweerde de enige weigeringsgrond is voor de vrijstellingsverlening (zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gepubliceerd op www. rechtspraak.nl onder LJN-nummer AN6551 en AS5916). Nu verweerder eiseres niet in de gelegenheid heeft gesteld de bouwaanvraag op het betreffende punt te wijzigen, heeft verweerder bij de voorbereiding van het besluit op bezwaar de ingevolge artikel 3:2 Awb Pro vereiste zorgvuldigheid onvoldoende in acht genomen. Dit betekent dat het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro.
De voorzieningenrechter merkt nog op dat eiseres ter zitting heeft verklaard haar eerder gedane toezegging om aan de bezwaren op het aspect van de verminderde daglichttoetreding tegemoet te willen komen overeenkomstig het eerder gedane aanbod, gestand te doen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
griffier voorzieningenrechter
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.