ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ3152
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Brouwer
- Toeter
- Pott Hofstede
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van heroïne met vernietigde koffer als bewijs
De rechtbank Haarlem heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van ongeveer 3.139,50 gram heroïne op 12 september 2006 te Schiphol. Verdachte ontkende kennis te hebben gehad van de heroïne in de koffer, maar de rechtbank achtte zijn verklaring niet geloofwaardig vanwege wisselende details in zijn verklaringen.
De verdediging stelde dat de vernietiging van de koffer, waarin de heroïne was verborgen, tot bewijsuitsluiting moest leiden omdat de verdediging daardoor niet kon controleren of de koffer een dubbele bodem had. De rechtbank verwierp dit verweer, omdat verdachte op 12 september 2006 schriftelijk afstand had gedaan van de koffer en het verzoek van de raadsman om de koffer op de zitting mee te nemen pas op 5 oktober 2006 werd gedaan, nadat het Openbaar Ministerie al had besloten de koffer als onttrokken aan het verkeer te behandelen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk heroïne invoerde, een strafbaar feit volgens de Opiumwet. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. Daarnaast werden diverse aan verdachte toebehorende voorwerpen, waaronder geld en reisdocumenten, verbeurd verklaard. De rechtbank hanteerde bij de strafmaat richtlijnen vergelijkbaar met die voor invoer van cocaïne.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van heroïne.