ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ3165
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van der Meer
- E.A. Coyajee-Kappers
- R.H.M. Bruin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in ontbindingszaak
Verzoeker heeft wraking van de kantonrechter gevraagd die eerder de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst heeft uitgesproken. Hij stelde dat de kantonrechter niet onpartijdig kon zijn omdat hij ook oordeelt over een herzieningsverzoek en betrokken was bij een andere ontbindingszaak met een andere werknemer.
De wrakingskamer overwoog dat het enkel feit dat een rechter een eerdere uitspraak herroept, niet automatisch een objectieve vrees voor partijdigheid rechtvaardigt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die dit veranderden. Ook het verwijzen naar stukken uit een andere zaak bood geen grond voor wraking.
Verder werd het feit dat de wederpartij een brief rechtstreeks aan de kantonrechter stuurde niet meegenomen omdat dit niet tijdig was ingebracht en bovendien werd de brief onverwijld doorgestuurd naar de wrakingskamer.
De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en wees het verzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve vrees voor partijdigheid.