ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4326
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Roke
- H.A.M. Röell-Mulder
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhuisboedelvrijstelling wegens te late vestiging normale verblijfplaats in Nederland
Eiser, afkomstig uit een voormalige Sovjet-republiek, had een arbeidsovereenkomst in Nederland en vroeg vrijstelling aan voor invoer van verhuisgoederen en een auto. De kern van het geschil betrof de datum waarop eiser zijn normale verblijfplaats in Nederland had gevestigd. Eiser stelde dat dit pas na het verkrijgen van de verblijfsvergunning in november 2004 was, mede omdat hij en zijn gezin pas later definitief naar Nederland waren gekomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser en zijn gezin zich al in maart en april 2004 in Nederland hadden ingeschreven en een gemeubileerde woning hadden gehuurd. Ook was eiser vanaf januari 2004 werkzaam als directeur bij een Nederlands bedrijf. De rechtbank achtte aannemelijk dat het permanente centrum van zowel persoonlijke als beroepsmatige belangen vanaf 16 april 2004 in Nederland was gevestigd.
De verkoop van de woning in het buitenland en het wachten op de verblijfsvergunning werden niet als bijzondere omstandigheden erkend die een verlenging van de termijn voor vrijstelling rechtvaardigen. Daarom concludeerde de rechtbank dat de aanvraag niet binnen de vereiste twaalf maanden was ingediend en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de vrijstellingsaanvragen is ongegrond verklaard omdat de normale verblijfplaats in Nederland niet tijdig was gevestigd.