ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4602
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijvoet
- Verpalen
- Van Santen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij drugshandel met matiging aandeel veroordeelde
De rechtbank Haarlem behandelde de ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van drugshandel over een periode van zes maanden. De officier van justitie vorderde aanvankelijk ontneming van maximaal €151.200, welke werd teruggebracht tot €50.400. De verdediging stelde dat veroordeelde niet op zondagen werkte en dat het aandeel van veroordeelde beperkt moest worden tot een derde van het voordeel, mede vanwege het aandeel van mededaders.
De rechtbank stelde vast dat uit het dossier blijkt dat veroordeelde ook op zondagen werkte, onder meer op 3 oktober 2006 met 34 afspraken, en dat hij doorgaans van 13.00 tot 23.00 uur bereikbaar was. Daarom werd uitgegaan van 28 dagen per maand in de berekening. Gelet op het aandeel van veroordeelde en zijn mededaders werd het voordeel gematigd tot 50% van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het draagkrachtverweer van veroordeelde werd verworpen omdat onvoldoende was onderbouwd dat hij niet in staat zou zijn aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De rechtbank oordeelde ook dat er geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de vordering was aangekondigd op 11 januari 2005 en de beslissing werd genomen op 15 december 2006.
Uiteindelijk legde de rechtbank veroordeelde op om €25.200 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank verwees voor de mogelijkheid tot betaling in termijnen naar de bevoegdheid van de officier van justitie volgens het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Veroordeelde moet €25.200 betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.