ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5249
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs blijvende schade na arbeidsongeval met til-lift
De werkneemster was sinds 1998 in dienst bij Prinsenstichting en raakte op 24 april 2001 tijdens het tillen van een patiënt met een til-lift in het zwembad door haar rug. Zij stelt dat zij hierdoor blijvend invalide is geraakt en vordert schadevergoeding van ruim €49.000. De werkgever betwist dat sprake is van een arbeidsongeval en stelt dat niet is bewezen dat de werkneemster schade heeft geleden.
De rechtbank stelt vast dat de werkneemster al vóór het incident rugklachten had en dat het gebruik van de til-lift het risico op blijvend letsel vermindert. Het medische dossier toont slechts aan dat zij na het incident bij de huisarts kwam en werd doorverwezen naar een Ceasar-therapeut, zonder specialistisch onderzoek of foto’s. Er is geen overtuigend bewijs van blijvende invaliditeit.
De werkneemster heeft sinds begin 2002 geen medische zorg meer gezocht voor rugklachten en heeft sindsdien zonder kenbare rugproblemen doorgewerkt. De rechtbank concludeert dat het niet aannemelijk is dat het incident heeft geleid tot blijvend letsel en wijst de vordering af. De werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werkneemster wegens blijvende invaliditeit na het arbeidsongeval wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.