ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5317
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- G. Guinau
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over gezamenlijke huishouding en bijstandsintrekking
Verzoekster ontving sinds 1988 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Na een onaangekondigd huisbezoek waarbij de heer A in haar slaapkamer werd aangetroffen, startte de gemeente een onderzoek. Dit leidde tot opschorting en later intrekking van haar bijstandsuitkering vanaf 1 juni 1988, met terugvordering van kosten.
Verzoekster stelde dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat het onderzoek gebreken vertoonde. De voorzieningenrechter overwoog dat op basis van stelselmatige observaties, verklaringen van buren en de betrokkenen, en andere gegevens voldoende aanknopingspunten bestaan voor een gezamenlijke huishouding. Daarbij werd meegewogen dat de heer A vrijwel dagelijks vanuit de woning vertrok, persoonlijke spullen daar had en zorg verleende aan verzoekster.
De voorzieningenrechter verwierp het betoog over onrechtmatigheid van het onaangekondigde huisbezoek en concludeerde dat de besluiten van de gemeente niet onrechtmatig zijn. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens voldoende aanwijzingen voor een gezamenlijke huishouding.