ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5749
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- J.L. Bruinsma
- H.A. Tulp
- Rechtspraak.nl
Geen lijfrenteovereenkomst in 1999 en 2000; renteaftrek beperkt volgens Wet IB 1964
Eiser stelde dat voor de jaren 1999 en 2000 een lijfrenteovereenkomst bestond, waardoor renteaftrekbeperkingen niet van toepassing zouden zijn. De rechtbank stelde vast dat de schriftelijke overeenkomst pas in 2001 was gesloten en dat er onvoldoende bewijs was voor een eerdere overeenkomst in 1999 of 2000.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder niet de indruk had gewekt dat de aanslagregeling gebaseerd was op een weloverwogen standpunt over de lijfrente. De kosten die eiser opvoerde werden aangemerkt als rente van een geldlening, waar de aftrekbeperking van artikel 38, zevende lid, Wet IB 1964 op van toepassing is.
Voor 1999 werd de aanslag verminderd tot nihil en het verlies vastgesteld, terwijl het beroep voor 2000 werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Haarlem op 15 december 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor 1999 met vaststelling van verlies en ongegrond voor 2000; renteaftrek wordt beperkt volgens artikel 38, zevende lid, Wet IB 1964.