ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ7530
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.A. Coyajee-Kappers
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarige na verhuizing
Partijen zijn gescheiden en hebben in 1998 een convenant gesloten waarin co-ouderschap is afgesproken over hun minderjarige kind. De moeder is voornemens te verhuizen naar het oosten van het land en verzoekt wijziging van het convenant zodat het kind bij haar verblijft en de omgangsregeling met de vader wordt vastgesteld. De vader verzoekt om het hoofdverblijf bij hem te bepalen en een omgangsregeling met de moeder.
De moeder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk is. De rechtbank oordeelt dat de verhuizing een wezenlijke verandering in de zorgregeling betekent, met nadelige gevolgen voor het kind, zoals het verbreken van de continuïteit in woon- en sociale omgeving en het wisselen van school midden in het jaar. De vader erkent dat hij het kind minder zal zien, maar stelt het belang van het kind voorop, met name het behouden van vertrouwde omgeving en sociale contacten.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af en wijzigt het convenant door de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen. Tevens wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de moeder het kind drie weekenden per vier weken en de helft van de schoolvakanties en feestdagen mag zien. De rechtbank benadrukt het belang van het kind en roept de ouders op om hun eigen belangen opzij te zetten.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het kind wordt bij de vader vastgesteld en een omgangsregeling met de moeder wordt vastgesteld.