ECLI:NL:RBHAA:2006:BA1734
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting wegens grievend gedrag van alimentatiegerechtigde
Partijen waren gehuwd en na echtscheiding in 2001 is overeengekomen dat de man alimentatie aan de vrouw zou betalen. In 2003 is de alimentatieregeling gewijzigd. De man verzocht de alimentatie te beëindigen, stellende dat de vrouw zich grievend jegens hem had gedragen, waaronder mishandeling waarvoor zij is veroordeeld. Hierdoor zou de lotsverbondenheid zijn verloren gegaan.
De vrouw betwistte het verzoek en voerde onder meer aan dat de man dit eerder had moeten aangeven en dat zijn arbeidsongeschiktheid niet volledig aan haar te wijten was. De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de vrouw, waaronder het slaan met een scherp voorwerp en vernieling van de auto van de man, door hem als zeer schokkend werd ervaren en een onherroepelijk einde maakte aan de lotsverbondenheid.
Daarom kan van de man niet in redelijkheid worden verlangd dat hij nog bijdraagt in het levensonderhoud van de vrouw. De rechtbank besloot de alimentatieverplichting te beëindigen met ingang van een datum in 2006 en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw wordt beëindigd vanwege haar grievende gedragingen.