ECLI:NL:RBHAA:2006:BC6621
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en waardeverlagend effect ontbreken berging
Verweerder stelde de WOZ-waarde van de hoekwoning aan de a-straat 1 te Z per 1 januari 2003 vast op €318.000. Eiser betwistte deze waarde en voerde aan dat de woning onterecht was gewaardeerd alsof er een losstaande berging aanwezig was, terwijl deze ontbreekt. Dit zou een waardeverlaging van €5.000 moeten betekenen.
De rechtbank onderzocht het geschil waarbij verweerder bevestigde dat het ontbreken van een berging inderdaad een waardeverlagend effect heeft van €5.000, maar dat dit geen invloed heeft op de vastgestelde WOZ-waarde vanwege artikel 26a Wet WOZ. Dit artikel bepaalt dat bezwaar en beroep alleen tot vermindering kunnen leiden als de waarde meer dan 4% afwijkt van de vastgestelde waarde volgens hoofdstuk III Wet WOZ.
De door eiser verdedigde waarde van €313.000 ligt binnen deze 4%-marge ten opzichte van de vastgestelde waarde van €318.000. Daarom moet de oorspronkelijke waarde als juist worden gehanteerd. Omdat eiser geen verdere klachten had en de omvang van het waardeverlagend effect niet in geschil was, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
De rechtbank wees geen proceskosten toe en sprak de beslissing uit op 10 maart 2006 in het openbaar. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €318.000 wordt ongegrond verklaard.