ECLI:NL:RBHAA:2006:BI6011
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- J. Snitker
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van voordelen uit transacties met onroerend goed als winst uit onderneming
Eiser, die een onderneming drijft in glaszetten en onderhoudswerkzaamheden, voerde diverse transacties met onroerend goed uit. De Belastingdienst corrigeerde zijn aangiften over de jaren 1998, 1999 en 2000, waarbij voordelen uit deze transacties als winst uit onderneming werden aangemerkt en vergrijpboetes werden opgelegd.
De rechtbank onderzocht of deze voordelen als winst uit onderneming of als privévermogen moesten worden beschouwd. Gelet op de aard en omvang van de werkzaamheden, de zakelijke plannen, de risico's en de wijze waarop eiser zich presenteerde, concludeerde de rechtbank dat de voordelen verweven zijn met de normale bedrijfsuitoefening en dus als winst uit onderneming moeten worden gezien.
Verder oordeelde de rechtbank dat de winstneming met betrekking tot de onroerende zaak D-straat 22 ten onrechte aan 1999 was toegerekend en moest worden uitgesteld tot 2000, het jaar van levering. De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over 1998 werden gehandhaafd, terwijl het beroep over 1999 gegrond werd verklaard en de aanslag werd verminderd. De overige beroepen werden ongegrond verklaard.
Tot slot veroordeelde de rechtbank de Belastingdienst in de proceskosten van eiser en wees zij de Staat aan om het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep over 1999 wordt gegrond verklaard met vermindering van de aanslag, de overige beroepen worden ongegrond verklaard en de vergrijpboetes over 1998 worden gehandhaafd.