ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ6488
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gedeeltelijke vordering tot handhaving concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
Eiser, een handelsagent in textielwaren en kleding, had een arbeidsovereenkomst met gedaagde, waarin een concurrentiebeding was opgenomen. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is gedaagde als zelfstandig agent voor dezelfde firma MAC Mode GmbH & Co gaan werken, wat eiser betwist vanwege het concurrentiebeding.
De kantonrechter stelt vast dat, hoewel de arbeidsovereenkomst formeel met een besloten vennootschap in oprichting was gesloten, eiser op grond van artikel 2:203 BW Pro hoofdelijk aansprakelijk is. De belangenafweging op grond van artikel 7:653 lid 2 BW Pro leidt tot het oordeel dat het concurrentiebeding voorlopig gehandhaafd kan worden, omdat eiser een groot belang heeft bij bescherming tegen concurrentie door ex-werknemers die gebruik maken van vertrouwelijke kennis en relaties.
De rechtbank veroordeelt gedaagde om binnen een straal van 50 km van de vestigingsplaats van eiser haar werkzaamheden voor MAC te staken en legt een dwangsom op bij overtreding. De vordering tot handhaving van het geheimhoudingsbeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De tegenvordering van gedaagde tot schorsing of matiging van het concurrentiebeding wordt afgewezen. Proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om haar werkzaamheden binnen 50 km voor MAC te staken tot 1 september 2007 met een dwangsom bij overtreding.