ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ7081
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten in bezwaar tegen herziening WAO-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Na een eerdere vernietiging van het bezwaarbesluit door de rechtbank, verklaarde het UWV het bezwaar alsnog gegrond maar weigerde de proceskosten te vergoeden. Eiser stelde dat het verzoek om vergoeding tijdig was ingediend en dat alle gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking kwamen.
De rechtbank overwoog dat het besluit waartegen bezwaar was gemaakt onrechtmatig was herroepen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding tijdig was gedaan. De discussie spitste zich toe op de vraag of de verandering van gemachtigde, waarbij de laatste gemachtigde geen proceshandelingen had verricht behalve het verzoek om vergoeding, reden was om de vergoeding te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat de wijziging van gemachtigde en het feit dat de laatste gemachtigde geen andere proceshandelingen verrichtte, geen grond was om de gemaakte kosten niet te vergoeden. De kosten zijn immers gemaakt door de belanghebbende en niet door de gemachtigde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 28 maart 2006 voor zover het de proceskostenvergoeding betrof, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van €322 aan proceskosten en €38 aan griffierecht.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €322 en griffierecht van €38 aan eiser.