ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ8244
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- J. Snitker
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Waardering vordering uit Amsterdams verrekenbeding en vernietiging vergrijpboete bij primitieve aanslag
Eiseres en E waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekenbeding, waarbij onverteerde inkomsten jaarlijks bij helfte verdeeld moesten worden. Na ontbinding van het huwelijk vorderde eiseres betaling van een groot bedrag op grond van dit verrekenbeding.
De rechtbank beoordeelde de waardering van de vordering per 1 januari en 31 december 2002. Ondanks het complexe vermogen van E, waaronder een meerderheidsbelang in F B.V. met aanzienlijke winstreserves, concludeerde de rechtbank dat E in overwegende mate de zeggenschap had om dividenduitkeringen te bepalen. De vordering werd daarom gewaardeerd op respectievelijk € 5.445.000 en € 6.806.000.
Daarnaast werd de opgelegde vergrijpboete van € 36.706 bestreden. De rechtbank oordeelde dat voor het opleggen van een boete bij primitieve aanslag meer dan voorwaardelijke opzet vereist is, namelijk opzet gelijk aan fraude of zwendel. Hoewel eiseres bewust de kans aanvaardde dat haar aangifte onjuist was, was er geen sprake van zodanige opzet. De boete werd daarom vernietigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete, handhaafde de aanslag en veroordeelde de Staat in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. A.A. Fase, mr. J. Snitker en mr. J.M. van Kempen op 13 februari 2007.
Uitkomst: De rechtbank waardeert de vordering op € 5.445.000 en € 6.806.000 en vernietigt de opgelegde vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs van opzet.