ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ8506
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing contactverbod en toewijzing schadevergoeding na ontslag op staande voet wegens schending arbeidsverplichtingen
De zaak betreft een kort geding tussen een transportonderneming en haar werknemer, die op staande voet werd ontslagen wegens het verrichten van werkzaamheden voor een concurrent tijdens de opzegtermijn. De werkgever vorderde onder meer een contactverbod met personeel en klanten en een schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat er geen concurrentiebeding bestaat en onvoldoende aannemelijk is dat de werknemer onrechtmatig heeft gehandeld door contact met personeel en klanten te onderhouden. Het gevorderde contactverbod en verbod op gebruik van bedrijfsgegevens worden daarom afgewezen. Wel is vastgesteld dat de werknemer tijdens zijn dienstverband voor de concurrent een prijsopgave aan een klant heeft gedaan, wat een ernstige schending van zijn arbeidsverplichtingen vormt.
Hierdoor is het ontslag op staande voet rechtsgeldig. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan het brutoloon over de periode van 19 januari tot 1 februari 2007, de resterende opzegtermijn. Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot doorbetaling van loon over de periode van 1 januari tot 19 januari 2007. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het contactverbod wordt afgewezen, maar werknemer wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding gelijk aan het brutoloon over de resterende opzegtermijn.