ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ8868
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag cateringmedewerker
Eiseres, een 59-jarige cateringmedewerker, was sinds 1980 in dienst bij Avenance. Na de overname van haar werkplek door een concurrent bood deze een nieuwe arbeidsovereenkomst aan, die zij niet accepteerde. Avenance zegde haar contract op met toestemming van het CWI, met ingang van 1 april 2006.
Eiseres vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat zij onvoldoende passende arbeid was aangeboden en dat het ontslag haar VUT-rechten aantastte. Avenance betwistte dit en wees op de nieuwe arbeidsovereenkomst die eiseres vanaf 1 december 2006 weer in dienst nam, met gewaarborgde VUT-rechten en compensatie voor inkomensverlies.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. De periode van inkomensverlies was beperkt en deels gecompenseerd door WW-uitkering. De nieuwe arbeidsovereenkomst bood een passende functie en herstelde de VUT-rechten. Het belang van Avenance bij opzegging was evident vanwege het verlies van locaties aan concurrenten. De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.