ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9583
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Goossens
- Rechtspraak.nl
Toekenning beperkte immateriële schadevergoeding voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis
Verzoeker, een veelpleger die reeds meerdere onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen heeft ondergaan, werd op 15 maart 2006 in verzekering gesteld wegens verdenking van overtreding van artikel 310 Sr Pro. De strafzaak eindigde op 9 juni 2006 met een onherroepelijke vrijspraak. Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van (im)materiële schade ten bedrage van € 12.695,95 wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis.
De rechtbank overweegt dat verzoeker woonde bij zijn moeder en een uitkering ontving op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waardoor hij geen kosten van levensonderhoud en huisvesting had die ondanks detentie moesten worden gemaakt. Daarnaast drukte de voorlopige hechtenis minder zwaar op verzoeker dan op een eerste-keer gedetineerde, mede vanwege zijn status als veelpleger en de indicatie voor een ISD-maatregel.
Op grond van billijkheid kent de rechtbank verzoeker een vergoeding toe van € 1.523,75, bestaande uit forfaitaire dagvergoedingen voor verblijf in politiebureau en huis van bewaring, begroot op een kwart van de gebruikelijke dagvergoedingen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De beschikking is uitgesproken door rechter Goossens op 18 januari 2007.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 1.523,75 wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis.