ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9635
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing hoofdverblijfplaats kinderen aan moeder en omgangsregeling vader na echtscheiding
De rechtbank Haarlem heeft op 6 februari 2007 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak waarbij de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen en de omgangsregeling centraal stonden.
De man verzocht om een co-ouderschapsregeling waarbij de kinderen afwisselend bij hem en de vrouw zouden verblijven, met een ouderschapsplan. Subsidiair verzocht hij een minder frequente regeling en het benoemen van een forensisch mediator. De vrouw verzette zich tegen co-ouderschap en verplichte mediation.
De rechtbank oordeelde dat co-ouderschap alleen kans van slagen heeft bij goede communicatie en verstandhouding tussen ouders, wat hier ontbrak. De kinderen hadden al veel veranderingen doorgemaakt en het was in hun belang om een vaste woonplek te behouden. Daarom werd het verzoek van de vrouw toegewezen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij haar hebben.
Verder stelde de rechtbank een ruimere omgangsregeling vast dan eerder, waarbij de kinderen eenmaal per veertien dagen van woensdagmiddag tot maandagochtend bij de vader verblijven. Het verzoek tot forensische mediation werd afgewezen vanwege het ontbreken van draagvlak.
Ten aanzien van de echtelijke woning werd het verzoek van de vrouw toegewezen voor voortgezet gebruik zonder dat een gebruiksvergoeding werd opgelegd. De echtscheiding werd uitgesproken en partijen werden bevolen tot verdeling van de gemeenschap van goederen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt toegewezen aan de moeder met een omgangsregeling waarbij de kinderen om de veertien dagen bij de vader verblijven; co-ouderschap en mediation worden afgewezen.