ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9797
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitzondering op formele rechtskracht bij onzorgvuldig handelen IBG in studiefinancieringsvordering
Eiser volgde tot 1 augustus 1994 een opleiding en ontving studiefinanciering. IBG stuurde hem in 1997 een formulier (TC-94) ter controle van zijn bijverdiensten in 1994, waarop stond dat hij in dat jaar netto ƒ 1.097,00 verdiende tot 13 juni en ƒ 15.957,00 over het hele jaar. IBG stelde dat eiser te veel had verdiend en vorderde terugbetaling van ƒ 2.184,42, later omgezet in een lening en opgehoogd door incassomaatregelen.
Eiser stelde dat zijn inkomsten tijdens de studiefinancieringsperiode onder het toegestane maximum bleven en dat de hogere inkomsten pas na afloop van de studie waren verdiend. Hij stuurde het ingevulde formulier en een bezwaarschrift, die IBG niet ontving. IBG beriep zich op de formele rechtskracht van haar beschikking omdat geen bezwaar was ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser materieel gezien gelijk had en dat IBG onzorgvuldig had gehandeld door stukken niet te registreren en niet te reageren op het bezwaarschrift. Daarom werd een uitzondering op de formele rechtskracht aanvaard. De executie van de terugvordering werd geschorst en IBG werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat formele rechtskracht kan worden doorbroken bij onzorgvuldig handelen van een bestuursorgaan en dat het misbruik van executiebevoegdheid moet worden voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt IBG de executie van de terugvordering te staken wegens onzorgvuldig handelen en aanvaardt een uitzondering op de formele rechtskracht.