ECLI:NL:RBHAA:2007:BA1328
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing ligplaats vanwege onvoldoende motivering schade aan landschappelijke waarden
De zaak betreft het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland om aan een vergunninghoudster ontheffing te verlenen van het verbod om een ligplaats in te nemen langs de rechteroever van het Noordhollandsch kanaal.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de beoogde woonark geen schade zal toebrengen aan de landschappelijke en natuurlijke waarden die het Ligplaatsenbesluit beoogt te beschermen. De aangehaalde beleidsstukken en een door eiser ingediend rapport wijzen eerder op mogelijke schade, onder meer door de hoogte van de woonark en verstoring van het historische karakter en zichtlijnen.
Voorts is niet gebleken van een concrete toezegging aan de vergunninghoudster die het recht op ontheffing zou garanderen. Het bestreden besluit voldoet daardoor niet aan het motiveringsbeginsel en is in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en gelast een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffiegeld aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot ontheffing van het verbod ligplaats innemen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.