ECLI:NL:RBHAA:2007:BA1738
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.A. Coyajee-Kappers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging hoofdverblijf en co-ouderschapsregeling na beëindiging samenlevingscontract
Partijen hebben in 2005 bij het beëindigen van hun samenlevingscontract een co-ouderschapsregeling overeengekomen waarbij de kinderen de ene week bij de vrouw en de andere week bij de man verblijven. De vrouw verzoekt ruim een half jaar later om wijziging van deze regeling en vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar, stellende dat zij de kinderen beter kan opvangen en begeleiden.
De man voert verweer dat de vrouw gehouden is aan de overeenkomst omdat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die beëindiging rechtvaardigen. Beide partijen werken nog bij dezelfde werkgever met vergelijkbare werktijden en hebben rekening gehouden met wisselende diensten in de zorgsector. De vrouw heeft geen concrete gronden gesteld die nakoming van de overeenkomst onmogelijk maken.
De rechtbank overweegt dat de feitelijke situatie sinds het sluiten van de overeenkomst niet zodanig is veranderd dat de regeling achterhaald is. De man woont sinds 2007 op zelfstandige woonruimte op enige afstand, maar dit is niet onredelijk gezien de schaarste op de woningmarkt. De vrouw heeft onvoldoende zekerheid gegeven over haar toekomstige werktijdenwijziging. Daarom wordt het verzoek van de vrouw afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en co-ouderschapsregeling wordt afgewezen.