ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2586
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid luchtvaartmaatschappij voor aanvoer ongedocumenteerde vreemdelingen
De rechtbank Haarlem behandelde een zaak tegen een luchtvaartmaatschappij die werd verdacht van het vervoeren van vreemdelingen zonder de juiste documenten, in strijd met artikel 4 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een Memorandum of Understanding met KLM, waardoor KLM niet vervolgd werd terwijl andere maatschappijen wel werden vervolgd.
De rechtbank verwierp dit beroep op niet-ontvankelijkheid, omdat KLM als homecarrier op Schiphol een andere positie inneemt dan andere maatschappijen en het OM bevoegd is om te beslissen met wie het overleg voert. Het onderzoek door de verbalisanten was zorgvuldig en het bewijs werd als wettig en overtuigend beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte de overtredingen had begaan zoals tenlastegelegd, maar sprak vrij voor andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van drie geldboetes van elk €7.000 wegens herhaalde overtredingen van de zorgplicht onder de Vreemdelingenwet 2000.
De uitspraak benadrukt dat het vervoeren van ongedocumenteerde vreemdelingen strafbaar is en dat het OM discretionaire bevoegdheid heeft in vervolgingsbeleid, waarbij bijzondere omstandigheden zoals een Memorandum of Understanding met KLM een rechtvaardiging kunnen vormen voor een afwijkend beleid.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot betaling van drie geldboetes van elk €7.000 wegens overtreding van de zorgplicht onder de Vreemdelingenwet 2000.