ECLI:NL:RBHAA:2007:BA3467
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink - Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling BPM vervalt door ander gebruik dan woon-werkverkeer
Eiser, bestuurder en aandeelhouder van vennootschappen in Nederland en Duitsland, had een vergunning voor vrijstelling van BPM voor een in Duitsland geregistreerde auto, uitsluitend voor woon-werkverkeer tussen Nederland en Duitsland. Verweerder constateerde dat eiser de auto ook gebruikte voor werkzaamheden voor zijn Nederlandse bedrijven, wat niet onder de vrijstelling viel.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling van rechtswege was vervallen op het moment dat ander gebruik dan woon-werkverkeer werd vastgesteld. Hierdoor was de brief van 4 december 2001 over het vervallen van de vergunning niet gericht op rechtsgevolg en had het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag was eveneens niet tijdig ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar en veroordeelde verweerder in de proceskosten. De stellingen van eiser over schending van artikelen 43 en 49 EG-verdrag werden verworpen omdat de vrijstelling niet bedoeld was voor gebruik ten behoeve van Nederlandse ondernemingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraken op bezwaar wegens vervallen vrijstelling BPM door ander gebruik dan woon-werkverkeer.