ECLI:NL:RBHAA:2007:BA3963
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Wolfs
- Monster
- De Vries-Van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak
Verdachte werd op 17 november 2003 in verzekering gesteld en de voorlopige hechtenis eindigde op 24 december 2003. De strafzaak betrof de verkoop en/of aanwezigheid van cocaïne, een relatief eenvoudige zaak. De behandeling begon op 13 februari 2004, waarbij verdachte niet zelf aanwezig was maar werd vertegenwoordigd door een raadsman.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaar bedraagt. Echter werd de zaak door onvoldoende voortvarendheid van het openbaar ministerie ruim drie jaar niet afgerond. De gevraagde stukken werden pas na rappel van de rechtbank en na ruim vier maanden alsnog aan het dossier toegevoegd.
De rechtbank oordeelde dat noch verdachte noch zijn raadsman de procedure onredelijk hadden vertraagd. Door de overschrijding van de redelijke termijn en de daarmee gepaard gaande onzekerheid voor verdachte, werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Dit oordeel werd ook door de officier van justitie zelf ondersteund.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.