ECLI:NL:RBHAA:2007:BA4092
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende werkweigering nietig verklaard
De werknemer trad op 26 september 2005 in dienst bij Ferro Personeelsdiensten B.V. en was werkzaam als intercedent. Na een functioneringsgesprek in mei 2006 volgde een overplaatsing en vervolgens meerdere ziekte- en herstelmeldingen. De werkgever hield het loon in en sprak ontslag op staande voet uit per 21 augustus 2006 wegens vermeende werkweigering.
De werknemer betwistte dit en voerde aan dat er sprake was van een arbeidsconflict en dat hij niet arbeidsongeschikt was verklaard, maar dat een second opinion mogelijk was. De bedrijfsarts en een deskundigenoordeel van het UWV stelden dat de werknemer arbeidsgeschikt was mits het conflict werd opgelost. De leidinggevende was tijdens het ontslag wegens vakantie afwezig, en het overleg met de werknemer werd niet adequaat gevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van ongeoorloofde afwezigheid of werkweigering, dat het loon ten onrechte was ingehouden en het ontslag onterecht was gegeven. De vorderingen tot loonbetaling en vakantietoeslag werden toegewezen, terwijl de vordering tot incassokosten werd afgewezen. Ferro werd veroordeeld tot betaling van het loon en proceskosten en het ontslag werd nietig verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon en kosten.