ECLI:NL:RBHAA:2007:BA4356
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing ongevraagd ontslag directeur zakelijke dienstverlening wegens onvoldoende bewijs ernstig plichtsverzuim
Verzoeker, sinds 1987 in dienst en directeur zakelijke dienstverlening bij De Meergroep, kreeg op 21 februari 2007 ongevraagd ontslag wegens ernstig plichtsverzuim, gebaseerd op een rapport van het Instituut Financieel Onderzoek (IFO). Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de handelingen die verzoeker worden verweten niet zonder meer kunnen worden gekwalificeerd als ernstig plichtsverzuim. Het IFO-rapport en de feiten, zoals het laten uitvoeren van privéwerkzaamheden door medewerkers van De Meergroep en de betrokkenheid bij diverse financiële transacties, bieden onvoldoende grondslag voor een onvoorwaardelijk ontslag. Ook is onvoldoende aannemelijk dat verzoeker zichzelf heeft bevoordeeld.
Daarnaast is vastgesteld dat het toezicht van het algemeen bestuur van De Meergroep op de directie onvoldoende is geweest, en dat de verantwoordingsprocedure niet volledig volgens de regels is gevolgd, hoewel dit geen doorslaggevende reden is voor toewijzing van de voorziening.
Gelet op de belangenafweging en de voorlopige aard van de toetsing wordt het ontslagbesluit geschorst tot zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs van ernstig plichtsverzuim en onvoldoende toezicht.