ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6227
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Milius
- Verpalen
- Hijink
- Rechtspraak.nl
Draagwijdte van het verschoningsrecht van raadsman bij inbeslagname strafdossier
Verdachte werd verdacht van een ernstig levensdelict en verbleef in voorlopige hechtenis. Tijdens het onderzoek werden stukken uit het strafdossier via de raadsman aan verdachte verstrekt. Bij een doorzoeking in de woning van verdachte werden papieren aangetroffen, waaronder brieven van de advocaat en delen van het procesdossier. De rechter-commissaris besloot bepaalde stukken niet in beslag te nemen vanwege het verschoningsrecht.
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en voerde aan dat stukken die via de raadsman aan verdachte zijn verstrekt niet automatisch vertrouwelijke communicatie vormen en daarom wel in beslag genomen kunnen worden. De raadsman betwistte de ontvankelijkheid van het hoger beroep en voerde het verschoningsrecht aan.
De rechtbank verwierp het verweer tegen ontvankelijkheid en oordeelde dat stukken die via de raadsman aan verdachte zijn verstrekt niet zonder meer onder het verschoningsrecht vallen. Alleen indien deze stukken voorzien zijn van vragen, opmerkingen of onderstrepingen die duidelijk in het kader van de verdediging zijn geplaatst, kunnen zij tot de vertrouwelijke communicatie behoren. De beoordeling hiervan behoort in eerste instantie aan de advocaat toe. De rechtbank vernietigde de beschikking van de rechter-commissaris en droeg deze op nader onderzoek te verrichten naar de aard van de aangetroffen stukken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris en bepaalt dat stukken via de raadsman aan verdachte niet automatisch onder het verschoningsrecht vallen.