ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6942
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Aanbestedingsgeschil hogesnelheidsveerdienst Velsen-Amsterdam over onmogelijkheid inzet schepen en eerlijke mededinging
De Provincie Noord-Holland schreef een openbare aanbesteding uit voor de exploitatie van de hogesnelheidsveerdienst tussen Velsen en Amsterdam met een ingangsdatum van 1 januari 2008. Veolia en Connexxion schreven in, waarbij Connexxion als zittende partij reeds over geschikte schepen beschikte met een ontheffing van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaal (CNBN) voor de snelheidsbeperking.
Veolia stelde dat het onmogelijk was om tijdig geschikte schepen, met name Voskhods, in te zetten per de ingangsdatum en dat de aanbestedingsvoorwaarden hierdoor oneerlijk waren en de mededinging werden verstoord. Veolia vorderde onder meer dat de aanbesteding zou worden heropend met een langere implementatietermijn.
De rechtbank oordeelde dat het aanbestedingsrecht niet vereist dat verschillen tussen inschrijvers worden weggewerkt, tenzij het voor andere geschikte inschrijvers tijdelijk onmogelijk is om aan de eisen te voldoen door omstandigheden buiten hun risicosfeer. Veolia slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het onmogelijk was om tijdig schepen in te zetten, mede omdat zij onvoldoende tijdig en creatief had gehandeld en onvoldoende bewijs leverde van onmogelijkheid.
Verder was Veolia niet tijdig met de Provincie in overleg getreden over de vermeende onmogelijkheid. Connexxion had bovendien aangetoond dat zij haar inschrijving had opgesteld in de veronderstelling van concurrentie met Veolia. De vorderingen van Veolia werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Veolia worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.