ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7453
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering geldlening wegens onvoldoende bewijs ondanks stortingen
Eiser heeft tussen 1972 en 1975 meerdere bedragen via internationale postwissels naar Turkije overgemaakt, stellende dat dit leningen waren aan zijn broer en diens echtgenote. Hij vordert terugbetaling van in totaal €1.103,60 en beroept zich op het feit dat de lening pas in 2005 is opgezegd, waardoor verjaring niet aan de orde zou zijn.
Gedaagde betwist dat er een geldleningsovereenkomst is gesloten en stelt dat hij zelf de bedragen heeft gestort, zodat er geen schuld aan eiser bestaat. Tevens voert hij verjaring en vernietigbaarheid van de vermeende overeenkomst aan.
De kantonrechter oordeelt dat het enkel bewijzen van stortingen door eiser niet voldoende is om het bestaan van een geldleningsovereenkomst aan te tonen. Gezien het grote tijdsverloop en het ontbreken van concrete bewijsstukken wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling geldlening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst.