ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7522
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Guinau
- M.J. Korteweg-Wiers
- L. Beijen
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking aan onderzoek rijgeschiktheid ondanks niet-bestuurderschap
Eiser werd door het CBR verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn geschiktheid tot het besturen van motorvoertuigen, op grond van een vermoeden dat hij niet langer over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid beschikte. Dit vermoeden was gebaseerd op het feit dat eiser in bezit was van een gebruikershoeveelheid verdovende middelen en bekend stond als gebruiker.
Eiser voerde aan dat hij niet de bestuurder was van de auto waarin de drugs werden aangetroffen, maar slechts passagier. De rechtbank stelde vast dat eiser inderdaad niet de bestuurder was, waardoor het besluit op een onjuiste feitelijke grondslag was gebaseerd en vernietigd moest worden.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat bestuurderschap niet altijd vereist is voor het opleggen van een verplichting tot medewerking aan een geschiktheidsonderzoek. Omdat het vermoeden gebaseerd was op bezit en gebruik van verdovende middelen, waarvoor volgens de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid geen bestuurderschap vereist is, bleef de verplichting tot medewerking in stand.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde het CBR tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de verplichting tot medewerking aan het geschiktheidsonderzoek blijft in stand.