ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7680

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
20 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/3303
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.J. Roke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening inzake indeling alcoholhoudende dranken met gegiste en gedistilleerde alcohol

Verzoekster, een producent van alcoholhoudende dranken bestaande uit zowel gegiste als gedistilleerde alcohol, heeft bezwaar gemaakt tegen een bindende tariefinlichting (BTI) van de Belastingdienst/Douane waarin het product werd ingedeeld onder post 2208 in plaats van de door haar gewenste post 2206. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om de beleidsmaatregel die per 1 juni 2007 zou ingaan op te schorten of een redelijke overgangstermijn toe te kennen.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek ontvankelijk is omdat er sprake is van uitvoer van het product, wat het connexiteitsvereiste vervult. Verzoekster stelt een spoedeisend belang te hebben omdat zij anders aanzienlijke claims van buitenlandse afnemers riskeert en haar vergunning mogelijk wordt ingetrokken.

De voorzieningenrechter stelt echter vast dat verzoekster op het administratief geleidedocument de door haar gewenste goederencode kan invullen en dat de Douane haar niet kan dwingen een bepaalde code te gebruiken. Ook is het belang van de Nederlandse accijnsheffing beperkt omdat de heffing grotendeels buiten Nederland plaatsvindt. De rechtbank concludeert dat er geen onverwijlde spoed is en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af. Het oordeel over de juiste indeling blijft voor de bodemprocedure.

De uitspraak is gedaan op 20 juni 2007 door voorzieningenrechter A.J. Roke en griffier O. Nijhuis en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht, voorzieningenrechter douanekamer
Procedurenummer: AWB 07/3303
Uitspraakdatum: 20 juni 2007
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
X B.V. te Z, verzoekster,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane P, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1. Aan verzoekster is op 22 maart 2006 een beschikking betreffende een bindende tariefinlichting met kenmerk NL-RTD-2006-000651 (hierna: de BTI) afgegeven.
1.2. Verzoekster heeft bij brief van 31 maart 2006 bezwaar gemaakt tegen de BTI.
1.3. Bij brief van 15 mei 2007 heeft verzoekster een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.4. Het verzoek is behandeld ter zitting van 11 juni 2007. Namens verzoekster zijn daar verschenen A, B, C en D. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door E, bijgestaan door F en G.
2. Tussen partijen vaststaande feiten
2.1. Op 6 december 2005 heeft verzoekster een verzoek gedaan om de afgifte van een BTI voor het product "H". Het product is daarin als volgt omschreven: "Een (...) gekleurde vloeistof op basis van minimaal 50% in gisting gebracht sap/most niet afkomstig uit druiven, krenten of rozijnen.". In het verzoek is verzocht om indeling in post 2206 00 59 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT). Verweerder heeft het product bij de BTI ingedeeld in post 2208 70 10 van het GDT.
2.2. Bij de BTI is het product als volgt omschreven: "(...) een (...) ondoorzichtige likeur, verpakt in een glazen fles met een inhoud van 1 liter. De likeur is vervaardigd van onder andere gefermenteerde alcohol, suiker, magere melk, gedistilleerde alcohol, plantaardig vet en verschillende aroma's.". Bij de analyse is bevonden dat het alcoholgehalte 13,4% bedroeg. De in het product aanwezige alcohol is voor meer dan 50% afkomstig uit gegiste alcohol.
2.3. Het product is blijkens de bij het verzoek om de BTI gevoegde receptuur als volgt samengesteld:
[rechtbank: niet opgenomen]
2.4. Bij brief van 8 december 2006 heeft de Douane bedrijven uit de drankenbranche, waaronder verzoekster, ingelicht omtrent haar zienswijze met betrekking tot de indeling van dranken die zowel gegiste als gedistilleerde alcohol bevatten. In de bijlage bij de brief is het volgende opgenomen:
"Inleiding
Sinds enige jaren brengen fabrikanten alcoholhoudende dranken op de mark die bestaan uit onder andere water, gedistilleerde alcohol, wijnferment, kleur- reuk- en smaakstoffen en suiker. De wijnfermenten zijn veelal gezuiverd door middel van technieken als osmose en ultrafiltratie. De vraag is onder welke post deze alcoholhoudende dranken moeten worden ingedeeld.
(...)
Standpunt Nederlandse douane
- Likeuren en alle andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten en niet zijn genoemd of niet zijn begrepen onder andere posten van hoofdstuk 22 en die zowel gedistilleerde als gegiste alcohol bevatten moeten op grond van indelingsregel 1 voor de interpretatie van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) worden ingedeeld onder post 2208. Op grond van deze regel zijn namelijk voor de indeling van goederen de bewoordingen van de post wettelijk bepalend.
- Bij alcoholhoudende dranken, die zijn gefabriceerd op basis van wijnfermenten, kan de gebruikte alcohol zodanig gezuiverd zijn (bijvoorbeeld door osmose en/of ultrafiltratie) dat deze zich niet meer van gedistilleerde alcohol onderscheidt. Deze dranken worden volgens het standpunt van de Nederlandse douane op grond van indelingsregel 1 ingedeeld in post 2208 van de GN. Vanzelfsprekend is deze visie dan ook bepalend voor de accijnswetgeving.
- Gegiste dranken waaraan gedistilleerde alcohol is toegevoegd en die het karakter van een gegiste drank heeft behouden worden ingedeeld onder post 2206. Om te bepalen of het karakter van een gegiste drank behouden is, kan het beleidsbesluit CPP2005/1510M van 7 oktober 2005 als richtsnoer worden gebruikt.
Opgemerkt wordt nog dat het de verantwoordelijkheid is van de producent/aangever zelf om de juiste aangifte te doen. Uiteraard is het mogelijk om bij twijfel over de juiste tariefpost de goederen aan te geven overeenkomstig de visie van de Douane en vervolgens eventueel bezwaar aan te tekenen tegen de eigen aangifte.
Overgangsmaatregel Accijnsgoederenplaats alleen opslag
Voor alle accijnsgoederenplaatsen die alleen opslag van deze producten hebben is een overgangsmaatregel van toepassing. Voor alle leveringscontracten die betrekking hebben op de in de inleiding van deze brief beschreven goederen en die reeds op 31 oktober 2006 waren afgesloten met Nederlandse producenten geldt tot 1 juni 2007 dat deze zullen worden gerespecteerd.
Dit betekent dat indien de producent voor de door hem geleverde goederen op basis van een
leveringscontract afgesloten voor 31 oktober 2006 ten onrechte de goederencode 2206 hanteert deze goederencode ook kan worden gebruikt voor het doen van aangifte voor de Wet op de Accijns. De Belastingdienst/Douane zal de juistheid van de aangifte ten aanzien van deze leveringscontracten niet controleren. In alle andere situaties geldt onverkort hetgeen hierboven over de verantwoordelijkheid van een aangever is opgemerkt."
3. Het verzoek en standpunten van partijen
3.1. Verzoekster is van mening dat het standpunt van verweerder inzake de indeling van het product geen wettelijke basis heeft en verzoekt tot opschorting van de per 1 juni 2007 geldende beleidsmaatregel. Subsidiair verzoekt zij tot het toekennen van een redelijke overgangstermijn.
3.2. Verweerder stelt dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat niet voldaan is aan het connexiteitsvereiste. Volgens verweerder heeft een BTI enkel juridische betekenis bij de uitvoering van het communautaire douanerecht en nu geen in- of uitvoertransacties plaatsvinden kan het bezwaar tegen de BTI niet de vereiste connexiteit opleveren.
3.3. Voor de (overige) standpunten van partijen verwijst de voorzieningenrechter naar de gedingstukken en het verhandelde ter zitting.
4. Overwegingen
4.1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien - voor zover hier van belang - tegen een besluit bezwaar is gemaakt. Voorts volgt uit genoemd artikel dat dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de belangenafweging gaat het om een afweging van het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en het belang dat is gediend met het in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit.
Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in de bodemprocedure.
Connexiteit
4.2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat niet voldaan is aan het connexiteitsvereiste. Ter zitting heeft verzoekster desgevraagd verklaard dat ten tijde van het aanvragen van de BTI een voornemen bestond om het product ook te gaan in- en uitvoeren en dat meerdere zendingen van het product in 2006 ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd naar onder meer IJsland. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de inspecteur deze stelling van verzoekster niet of althans onvoldoende betwist. Dit betekent dat er vanuit moet worden gegaan dat in ieder geval uitvoer heeft plaatsgevonden. Nu tegen de BTI bezwaar is ingesteld, is het verzoek ontvankelijk.
Spoedeisendheid
4.3. Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening omdat zij door verweerder gedwongen wordt de goederen aan te geven onder post 2208, hetgeen tot aanzienlijke claims van haar buitenlandse afnemers zal leiden en de continuïteit van deze relaties aanzienlijk beperkt wordt. Ter ondersteuning van haar stelling heeft verzoekster gewezen op twee brieven van afnemers die tot de gedingstukken behoren. Desgevraagd heeft zij ter zitting verklaard dat zij de goederen niet kan uitslaan onder een andere post omdat zij dan riskeert dat haar vergunning zal worden ingetrokken.
4.4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster tegenover de betwisting door verweerder niet aannemelijk gemaakt dat zij onverwijlde spoed heeft bij de gevraagde voorziening. Het staat verzoekster immers vrij op het administratief geleidedocument de door haar voorgestane goederencode, welke naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gebaseerd is op een pleitbaar standpunt, in te vullen en de onderhavige BTI naast zich neer te leggen, zulks te meer nu dit de goederencode is welke volgens de autoriteiten van de Lidstaten waarheen de goederen voornamelijk worden overgebracht moet worden gebruikt. In verband met dit overbrengen van accijnsgoederen naar andere Lidstaten is geen Nederlandse accijnsheffing in geding. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de door verzoekster afgedragen Nederlandse accijnsheffing slechts een beperkt deel is van de totale uitslag en dat daarom sprake is van een beperkt belang. Aannemelijk is dat de accijnsheffing met betrekking tot de onderhavige goederen grotendeels buiten Nederland plaatsvindt. Niet valt in te zien op welke wijze verweerder verzoekster zou kunnen dwingen de goederen onder een bepaalde code aan te geven of die code in de geleidedocumenten te vermelden. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter zou verweerder in strijd met het recht handelen indien hij louter vanwege een indelingsgeschil de vergunning van verzoekster zou intrekken. Dit betekent dat in zoverre evenmin sprake kan zijn van onverwijlde spoed. Op grond van al het vorenoverwogene dient het verzoek te worden afgewezen. In het midden kan blijven of het product bij de BTI onder de juiste goederencode is ingedeeld.
5. Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan op 20 juni 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Roke, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. Nijhuis, griffier.
Afschrift verzonden aan partijen op:
De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.
Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.