ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8213
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen gezag van gewijsde van gedeeltelijke afwijzing vrijwaringsvordering bij hogere schadevergoeding
De heer S. boekte in december 2002 een reis naar Mekka bij Meditours, waarbij hij klachten had over de uitvoering. Meditours werd in een hoofdzaak veroordeeld tot schadevergoeding aan de heer S., waarop Meditours de oorspronkelijke gedaagde in vrijwaring aansprak. De rechtbank ’s-Gravenhage stelde in 2004 een schadevergoeding vast, maar het gerechtshof vernietigde dit deels en kende een hogere schadevergoeding toe.
In de vrijwaringszaak werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van een deel van de schade, maar niet voor het hogere bedrag dat later in hoger beroep werd vastgesteld. Meditours vordert nu betaling van het verschil plus proces- en incassokosten. De gedaagde betoogt dat het vonnis in de vrijwaringszaak gezag van gewijsde heeft en een nieuwe vordering daarom niet mogelijk is.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelt dat het vonnis in de vrijwaringszaak geen gezag van gewijsde heeft voor het meerdere van de schade dat in de hoofdzaak is vastgesteld. Hierdoor kan Meditours haar vordering tot betaling van het hogere bedrag tegen de gedaagde instellen. De rechtbank wijst de vordering toe en veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 6.591,94 en de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 6.591,94 aan Meditours en in de proceskosten.