ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0425
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen grootouders en kleinkinderen na langdurig contact en conflict
De grootouders verzochten een omgangsregeling met hun kleinkinderen, waarbij de rechtbank moest beoordelen of zij ontvankelijk waren op grond van het bestaan van family life zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en artikel 1:377f BW. Vast stond dat de grootouders in de eerste vier levensjaren van het oudste kleinkind intensief zorgden en een nauwe persoonlijke band hadden opgebouwd. Ook voor het jongste kleinkind werd een voldoende band aangenomen, mede door de gezinsrelatie.
De ouders stelden dat het contact was verbroken sinds februari 2006 en dat de grootouders zich negatief uitlieten over de opvoeding en afkomst van de moeder, en dat de grootmoeder rookte in het bijzijn van het oudste kleinkind met astma. De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen bij het onderhouden van familiebanden zwaarder woog dan de bezwaren van de ouders.
De omgangsregeling werd gefaseerd vastgesteld, te beginnen met twee uur per vier weken vanaf juli 2007, en uitbreiding naar vier uur per vier weken vanaf november 2007. De regeling beperkte de rol van de grootouders tot die van grootouders zonder mede-opvoedende taken, waardoor conflicten over opvoeding werden geminimaliseerd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank stelt een gefaseerde, beperkte omgangsregeling vast tussen grootouders en kleinkinderen.