ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1354
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens onduidelijkheid identiteit beslaglegger
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat de onder hem gelegde conservatoire beslagen door KAZ Evenementen worden opgeheven. KAZ had beslag gelegd ter zekerheid van een schadevergoedingsvordering en presenteerde zich als een vennootschap naar Duits recht. De voorzieningenrechter stelt vast dat in kort geding geen volledig onderzoek naar buitenlands recht kan plaatsvinden en dat de identiteit en rechtspositie van KAZ niet duidelijk zijn vastgesteld.
KAZ voerde aan een firma te zijn onder Duits handelsrecht, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De Duitse registers toonden een eenmanszaak aan zonder rechtspersoonlijkheid. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of KAZ bevoegd was om in rechte op te treden en beslag te leggen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gelegde beslagen geen deugdelijke grondslag hebben en heft deze op.
De vordering van eiser om KAZ te verbieden verdere beslagen te leggen wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien voor nieuw beslag verlof nodig is. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. KAZ wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter heft het conservatoir beslag van KAZ Evenementen op wegens onduidelijkheid over de rechtspositie van de beslaglegger.