ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1386
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing landbouwcultuurgrondvrijstelling bij verpachting en hardheidsclausule
Eiser verkreeg in 2001 circa zes hectare landbouwgrond en deed een beroep op de cultuurgrondvrijstelling van overdrachtsbelasting. De grond werd echter verpacht aan een BV die eigendom is van zijn zonen, waardoor eiser zelf niet bedrijfsmatig exploiteert. Verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat eiser volgens hem niet aan de voorwaarden voldeed.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke regeling sinds 1 januari 2001 vereist dat de verkrijger de grond zelf bedrijfsmatig exploiteert, waardoor het eerdere ruimere begrip niet meer geldt. De rechtbank wijst het primaire beroep van eiser af omdat hij niet als ondernemer kan worden aangemerkt die de grond exploiteert.
Wel wordt het subsidiaire beroep op de hardheidsclausule gehonoreerd. De rechtbank overweegt dat eiser voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het goedkeuringsbesluit, dat ook bedrijfsmatige exploitatie door derden erkent. Ondanks de terugwerkende werking tot 1 januari 2003, wordt de naheffingsaanslag vernietigd en op nihil gesteld.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt vernietigd en op nihil gesteld op grond van toepassing van de hardheidsclausule.