ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1912
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid meeprofiterende partner bij terugvordering bijstand
Eiser is door de gemeente Haarlem hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 101.067,82 dat ten onrechte aan zijn partner [A] is verleend als bijstand. Dit bedrag is teruggevorderd op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB), omdat [A] samen met eiser een gezamenlijke huishouding zou voeren, wat de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering beïnvloedt.
Eiser maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat hij geen samenwoning met [A] voerde en daarom niet aansprakelijk kon worden gesteld. Hij betwistte de onderzoeksrapporten die samenwoning aannamen en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin dergelijke samenwoning niet werd vastgesteld zonder objectief bewijs.
De rechtbank stelde vast dat in een eerdere uitspraak tussen [A] en de gemeente was geoordeeld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, en dat deze beslissing rechtens verbindend is. De rechtbank oordeelde dat eiser geen belanghebbende is bij de bijstandsverlening aan [A], omdat hij niet het subject van de uitkering was. De hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser voor terugbetaling verandert hier niets aan.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de terugvordering voor zover gericht op het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het overige beroep ongegrond. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij is niet-ontvankelijk verklaard in zoverre het gaat om de fictieve weigering.