ECLI:NL:RBHAA:2007:BB2661
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- A.A. Fase
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over onjuiste aangiften inkomstenbelasting en uitdeling door directeur-aandeelhouder
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, heeft in de jaren 1996 tot en met 1998 onjuiste aangiften inkomstenbelasting gedaan door looninkomsten en voordeel uit privégebruik van een ter beschikking gestelde auto niet aan te geven. Tevens heeft hij aanzienlijke privé-uitgaven ten laste van de vennootschap gedaan zonder deze terug te betalen of te verrekenen.
Tijdens een boekenonderzoek werden valse facturen en kwitanties aangetroffen, waarvan eiser heeft verklaard deze zelf te hebben vervaardigd. De Belastingdienst heeft op basis hiervan en de overige feiten het belastbaar inkomen van eiser verhoogd. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen, maar de rechtbank oordeelt dat eiser niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat de Belastingdienst terecht een redelijke schatting heeft gemaakt.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de bijtelling voor het privégebruik van de auto over het gehele jaar 1996 moet worden berekend. Ook is vastgesteld dat er geen vordering van eiser op de vennootschap bestaat uit de verkoop van de auto. De rechtbank concludeert dat de uitdeling door de vennootschap aan eiser juist is vastgesteld en dat de omkering van de bewijslast terecht is toegepast.
De uitspraak is gedaan op 11 mei 2007 door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer, en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.