ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3561
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onmiddellijke voorziening tegen vermeende auteursrechtinbreuk op kunstwerken
Verzoekster, een kunstenares, stelde dat de besloten vennootschap Worldwide Art B.V. haar auteursrechten schond door zonder toestemming prints van haar kunstwerken op canvas te verhandelen tegen een lage prijs. Zij vorderde een onmiddellijke voorziening op grond van artikel 1019e Rv om deze vermeende inbreuk te stoppen en dwangsommen op te leggen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet van eenvoudige aard was en dat een onmiddellijke voorziening alleen kan worden toegekend indien sprake is van onherstelbare schade en een reële dreiging van inbreuk. Uit het verzoek en de bijlagen bleek echter slechts een vrees voor mogelijke inbreuk, terwijl geen daadwerkelijke of vermoedelijke inbreuk was vastgesteld.
Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat er een reële dreiging van inbreuk bestond en dat verzoekster de wederpartij vooraf had gesommeerd zich te onthouden van inbreuk. Gezien deze omstandigheden werden de gevraagde voorzieningen geweigerd.
De uitspraak benadrukt het belang van concrete aanwijzingen voor daadwerkelijke inbreuk en het belang van sommatie voorafgaand aan een verzoek tot onmiddellijke voorziening. De voorzieningenrechter concludeerde dat de ernst van de vermeende inbreuk onvoldoende was om het verzoek toe te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke voorziening tegen vermeende auteursrechtinbreuk is afgewezen wegens gebrek aan daadwerkelijke inbreuk en onvoldoende aannemelijke dreiging.