ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4241
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- J.M. van Kempen
- G.J.H.M. Milder - Wolbers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2000, maar deed dit ruim na de wettelijke termijn. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Eiser stelde dat vanwege een verhoging van het belastbaar inkomen met circa 10 miljoen gulden hij toch beroep moest kunnen instellen. De rechtbank oordeelde dat de aanslag correct was vastgesteld en dat de verhoging in de uitspraak op bezwaar was verwerkt, waardoor er geen sprake was van een navorderingsaanslag.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar van eiser te laat was ingediend en dat er geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. De eerdere brief waarin niet-ontvankelijkheid werd uitgesproken, betrof niet expliciet het jaar 2000, maar de rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en sprak alsnog de niet-ontvankelijkheid uit.
De rechtbank wees het beroep toe, veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de proceskosten aan eiser en bepaalde dat het griffierecht moest worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 6 juli 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.