ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4411
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag aan man en partner in draagmoederschapszaak
De man en zijn partner verzochten gezamenlijk met het gezag over het minderjarige kind belast te worden, omdat de man wegens gezondheidsproblemen in een verpleeghuis verblijft en niet meer volledig in staat is het gezag uit te oefenen. De vrouw, de biologische moeder, voerde verweer en verzocht zelf samen met de man het gezag te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat het draagmoederschap een bijzondere juridische positie schept waarbij de vrouw geen feitelijke opvoedingsverantwoordelijkheid droeg. De vrouw erkende dat het kind goed verzorgd wordt door de partner van de man en dat een wijziging van verblijfplaats niet in het belang van het kind zou zijn. Het verzoek van de vrouw werd afgewezen vanwege het risico op spanningen en het belang van het kind.
De rechtbank stelde vast dat de man sinds negen jaar alleen met het gezag was belast en dat de partner het kind feitelijk verzorgt en opvoedt. Gezien de achteruitgaande gezondheid van de man en de leeftijd van het kind, werd het gezamenlijk gezag aan de man en zijn partner toegewezen. Het verzoek van de vrouw om een machtiging te eisen voor verblijf langer dan drie weken in Zuid-Afrika werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af en belast de man en zijn partner gezamenlijk met het gezag over het minderjarige kind.