ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6538
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onhoudbare arbeidsrelatie tussen vader en zoon
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een zoon en Connecticom Waterland B.V., waarin de zoon sinds juli 1990 werkzaam was. Door een ernstige persoonlijke verwijdering tussen vader en zoon, waarbij de vader de meeste aandelen bezit, werd het voor de zoon onmogelijk om zijn werkzaamheden voort te zetten. Sinds juli 2007 werd geen salaris meer betaald, kreeg de zoon geen toegang meer tot bedrijfsinformatie en het pand, en werd hij geschorst.
De zoon verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van onhoudbare werkomstandigheden en een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie. De werkgever stelde dat er geen arbeidsovereenkomst bestond, maar dit werd verworpen op basis van artikel 7:610a BW. De rechtbank oordeelde dat de situatie onhoudbaar was en dat ontbinding gerechtvaardigd was.
De vergoeding werd vastgesteld volgens de kantonrechterformule met een correctiefactor van 1,5 vanwege het onbehoorlijke handelen van de vader-werkgever. De zoon kreeg de mogelijkheid om het verzoek in te trekken tot 6 november 2007, waarna de beschikking definitief zou worden. De rechtbank wees het verzoek tegen Tresora B.V. af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst tussen zoon en Connecticom wordt ontbonden met een vergoeding van €128.492,25 bruto.