ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6568
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Franchiseovereenkomst thuiskapper niet aangemerkt als arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of de tussen partijen gesloten franchisingovereenkomst een verkapte arbeidsovereenkomst of een daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding opleverde. De franchisenemer werkte als thuiskapper voor eigen rekening en risico, onder strikte franchisevoorwaarden. De franchisenemer stelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst, hetgeen de rechtbank afwees omdat partijen duidelijk hadden beoogd dat de franchisenemer zelfstandig zou opereren.
De eiser vorderde onder meer betaling van een boete wegens overtreding van contractuele bepalingen en het zich onthouden van het behandelen van klanten binnen een bepaald gebied. De rechtbank oordeelde dat de boete niet toewijsbaar was wegens onvoldoende bewijs van overtreding en het ontbreken van een schriftelijke sommatie. Wel werd het relatiebeding toegewezen, waarmee de franchisenemer werd verboden om bestaande klanten te behandelen en zich als franchisenemer voor te doen binnen een straal van 15 kilometer rond Amsterdam.
Daarnaast werd het gebruik van een folder die sterk leek op die van de franchisegever als onrechtmatige slaafse nabootsing beoordeeld. De rechtbank verbood het verspreiden van deze folder, maar wees een algemeen verbod op het gebruik van het franchisesysteem af. De proceskosten werden verdeeld waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt in conventie en de gedaagde werd veroordeeld in de kosten van de reconventie.
Uitkomst: De franchisingovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst; het relatiebeding wordt toegewezen, maar de boetebedingvordering wordt afgewezen.